openen

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

Lettergrepen
  • ope·nen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
openen
opende
geopend
volledig

Werkwoord

openen

  1. laten beginnen, in bedrijf brengen.
    Hij opende het vuur op het vijandelijke leger.
  2. ontsluiten, openmaken wat afsluit of wat gesloten is.
    Open jij het slot even?
  3. openstellen, toegankelijk maken.
    Gisteren is het jachtseizoen geopend.
  4. (informatica) een bestand inladen.
    Ga naar het bureaublad en open het EXE-bestand.

Vertalingen
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen