oordeel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oor·deel
enkelvoud meervoud
naamwoord oordeel oordelen
verkleinwoord oordeeltje oordeeltjes

Zelfstandig naamwoord

oordeel o

  1. een mening, een opinie
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
oordelen

oordeel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van oordelen
    Ik oordeel.
  2. gebiedende wijs van oordelen
    Oordeel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van oordelen
    Oordeel je?


Afrikaans

stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
oordeel
geoordeel
volledig

Werkwoord

oordeel

  1. oordelen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen