ontnuchteren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ont·nuch·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| ontnuchteren |
ontnuchterde |
ontnuchterd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
ontnuchteren
- (overgankelijk) terugbrengen uit een waan of roes
- Ze beschikte over een recht-toe-recht-aan levenswijsheid, die mij vaak ontnuchterde.
- ontgoochelen door ontdekking van de waarheid