ontlopen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·lo·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontlopen
ontliep
ontlopen
klasse 7 volledig

Werkwoord

ontlopen

  1. (ergatief) een bepaald lot vermijden, ontkomen aan iets
    Hierdoor ontliepen de daders veelal hun straf en kon de schade niet worden verhaald.
  2. (wederkerig) elkaar ~ van elkaar verschillen
    De resultaten ontliepen elkaar niet veel.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen