onderbreking
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ɔn.dər.ˈbre.kɪŋ/
- (Limburg): /ɔn.dər.ˈbreː.kɪŋ(g)/
Woordafbreking
- on·der·bre·king
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van onderbreken met het achtervoegsel -ing
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | onderbreking | onderbrekingen |
| verkleinwoord | onderbrekinkje | onderbrekinkjes |
Zelfstandig naamwoord
onderbreking v
- een tijdelijk staken van activiteit door een onverwachte gebeurtenis
- Een onderbreking verstoorde de vergadering.
- een kort ophouden van bezigheden als pauze
- Het toneel herbegon na een korte onderbreking tijdens dewelke velen naar het toilet gingen.
Vertalingen
1. een tijdelijk staken van activiteit door een onverwachte gebeurtenis
2. een kort ophouden van bezigheden als pauze