omleiden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- om·lei·den
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| omleiden |
leidde om |
omgeleid |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
omleiden
- (overgankelijk) het uitzetten van een alternatief pad rondom een ontoegankelijk deel van de weg