omleiden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·lei·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
omleiden
leidde om
omgeleid
zwak -d volledig

Werkwoord

omleiden

  1. (overgankelijk) het uitzetten van een alternatief pad rondom een ontoegankelijk deel van de weg
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen