ogen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ogen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ogen
oogde
geoogd
zwak -d volledig

Werkwoord

ogen

  1. de aanblik hebben van
    Dat oogde beter dan het was.
Uitdrukkingen en gezegden

lelijk ogen

Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

ogen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord oog