beogen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ogen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van oog met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beogen
beoogde
beoogd
zwak -d volledig

Werkwoord

beogen

  1. (overgankelijk) ~ met: ergens een bepaald doel mee in ogen hebben
    Daarmee werd beoogd een hervorming van het zorgstelsel te bewerkstelligen.
Vertalingen