neerstorten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • neer·stor·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
neerstorten
stortte neer
neergestort
zwak -t volledig

Werkwoord

neerstorten

  1. (ergatief) het vliegvermogen verliezen en onzacht op de aarde terugvallen
    Het vliegtuig verloor alle brandstof en stortte neer.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen