neerstorten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- neer·stor·ten
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| neerstorten |
stortte neer |
neergestort |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
neerstorten
- (ergatief) het vliegvermogen verliezen en onzacht op de aarde terugvallen
- Het vliegtuig verloor alle brandstof en stortte neer.