monocultuur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·no·cul·tuur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord monocultuur monoculturen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

monocultuur v

  1. (landbouw) landbouw met één gespecialiseerd gewas
    Op bananenplantages wordt vaak gewerkt met monoculturen.
  2. (sociologie) eenzijdige samenstelling van mensen, producten of diensten binnen een samenleving
    Vele dictatoriale regimes maken gebruik van een monocultuur op het vlak van bepaalde diensten.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen