meesterschap

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mees·ter·schap
Woordherkomst en -opbouw
1 enkelvoud meervoud
naamwoord meesterschap meesterschappen
verkleinwoord meesterschapje meesterschapjes

Zelfstandig naamwoord

meesterschap o

  1. een vakmanschap
    Dit beroep is een meesterschap.
  2. het meester zijn
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen