vakmanschap

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vak·man·schap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vakmanschap
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vakmanschap o

  1. vaardigheid in een beroep of handel, de vaardigheid om hoog kwalitatief werk af te leveren
    Het kunnen inkleden van een onderwerp met behulp van personificaties en door het gebruik van beeldelementen (dieren, planten, voorwerpen, kleuren) met een diepere betekenis maakte deel uit van het vakmanschap van schilder en dichter. [1]
Verwante begrippen
Spreekwoorden
  • Vakmanschap is meesterschap. [2]
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Bron:
    Tijdschrift Literatuur
    Jaargang 5
    Amsterdam University Press, Amsterdam 1988
    DBNL - Digitale bibliothek voor de Nederlandse letteren
  2. Met deze bekende slogan presenteerde biermerk Grolsch zich tot 1985 als brouwer van een zogeheten premium, een sterk biermerk.