matigen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·ti·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
matigen
matigde
gematigd
zwak -d volledig

Werkwoord

matigen

  1. (overgankelijk) minder uitbundig of extreem optreden
    Hij heeft zijn kritiek inmiddels flink gematigd.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen