beteugelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: beteugelen (hulp, bestand)
Woordafbreking
- be·teu·ge·len
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| beteugelen |
beteugelde |
beteugeld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
beteugelen
- (overgankelijk) in bedwang houden, intomen
- Hij volgt therapie om zijn agressie te beteugelen.