maarschalk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- maar·schalk
Woordherkomst en -opbouw
- Van mare (paard, merrie) en schalk (knecht).
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | maarschalk | maarschalken |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
maarschalk
- hoogste officier van het leger
Vertalingen
1.