leunen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- leu·nen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| leunen |
leunde |
geleund |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
leunen
- steunen, het evenwicht bewaren door het eigen gewicht deels door iets anders te laten steunen
- Hij leunde tegen de muur.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. steunen, het evenwicht bewaren door het eigen gewicht deels door iets anders te laten steunen