leunen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leu·nen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
leunen
leunde
geleund
zwak -d volledig

Werkwoord

leunen

  1. steunen, het evenwicht bewaren door het eigen gewicht deels door iets anders te laten steunen
    Hij leunde tegen de muur.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen