lepelaar
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- le·pe·laar
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | lepelaar | lepelaars/lepelaren |
| verkleinwoord | lepelaartje | lepelaartjes |
Zelfstandig naamwoord
lepelaar m
- (vogels) Platalea leucorodia; een steltloper ter grootte van een ooievaar met een lepelvormige snavel
Vertalingen
1. een steltloper ter grootte van een ooievaar met een lepelvormige snavel
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.