steltloper
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: steltloper (hulp, bestand)
- IPA: /stɛltlopər/
Woordafbreking
- stelt·lo·per
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | steltloper | steltlopers |
| verkleinwoord | steltlopertje | steltlopertjes |
Zelfstandig naamwoord
steltloper m
- iemand die op stelten loopt
- In het circus zijn vaak wel steltlopers te vinden.
- een waadvogel op lange poten
- Een kluut en een grutto zijn steltloper.