kuisen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kui·sen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| kuisen |
kuiste |
gekuist |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
kuisen
- (overgankelijk) schoonmaken, opruimen
- Ze wilde de kamer nog even kuisen.
- (overgankelijk) ontdoen van mogelijk aanstootgevend materiaal
- Ze besloten het draaiboek te kuisen om niet in de problemen te komen.