kuis

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • kuis

Werkwoord

vervoeging van
kuisen

kuis

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kuisen
    Ik kuis.
  2. gebiedende wijs van kuisen
    Kuis!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kuisen
    Kuis je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen