kruisigen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- krui·si·gen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| kruisigen |
kruisigde |
gekruisigd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
kruisigen
- (overgankelijk) een vorm van executeren: aan het kruis hangen tot de dood erop volgt