krankzinnigheid
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- krank·zin·nig·heid
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van krankzinnig met het achtervoegsel -heid.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | krankzinnigheid | |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
krankzinnigheid ; v
- het lijden aan een geestesziekte