krankzinnig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krank·zin·nig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen krankzinnig krankzinniger krankzinnigst
verbogen krankzinnige krankzinnigere krankzinnigste

Bijvoeglijk naamwoord

krankzinnig

  1. lijdend aan een ernstige psychische ziekte
    Een krankzinnige koning was een ramp voor het land.
  2. overdrachtelijk en afgezwakt: op een vreemde manier zeer opmerkelijk
    Hij kreeg soms de krankzinnigste vragen te beantwoorden.