krankzinnig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- krank·zin·nig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | krankzinnig | krankzinniger | krankzinnigst |
| verbogen | krankzinnige | krankzinnigere | krankzinnigste |
Bijvoeglijk naamwoord
krankzinnig
- lijdend aan een ernstige psychische ziekte
- Een krankzinnige koning was een ramp voor het land.
- overdrachtelijk en afgezwakt: op een vreemde manier zeer opmerkelijk
- Hij kreeg soms de krankzinnigste vragen te beantwoorden.