krab
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- krab
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | krab | krabben |
| verkleinwoord | krabje, krabbetje | krabjes, krabbetjes |
Zelfstandig naamwoord
- (dierkunde) kreeftachtige die leeft in de nabijheid van water
Verwante begrippen
- krabbe
Vertalingen
1. kreeftachtige die leeft in de nabijheid van water
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| krabben |
krab
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van krabben
- Ik krab.
- gebiedende wijs van krabben
- Krab!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van krabben
- Krab je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.