koken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ko·ken
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| koken |
kookte |
gekookt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
koken
- (overgankelijk) vloeistof verwarmen totdat er zich in de hele vloeistof bellen vormen die naar boven stijgen en openspringen
- Het water werd gekookt.
- (ergatief) het proces waarbij bellen uit de hele vloeistof vrijkomen
- Water kookt bij honderd graden Celsius op zeeniveau.
- (overgankelijk) met behulp van ingrediënten een maaltijd klaarmaken
- De moeder kookt iedere dag voor haar kinderen en echtgenoot.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. vloeistof verwarmen totdat er zich in de hele vloeistof bellen vormen die naar boven stijgen en openspringen
2. met behulp van ingrediënten een maaltijd klaarmaken
in te delen vertalingen
Noors
Woordafbreking
- ko·ken
Zelfstandig naamwoord
koken m
- bepaalde vorm nominatief enkelvoud van kok (betekenis [A])
koken m
- bepaalde vorm nominatief enkelvoud van kok (betekenis [B])
Synoniemen
koken m
- bepaalde vorm nominatief enkelvoud van kok (betekenis [C])
Synoniemen
Zelfstandig naamwoord
koken m
- bepaalde vorm nominatief enkelvoud van koke
Synoniemen
Nynorsk
Woordafbreking
- ko·ken
Zelfstandig naamwoord
koken m
- bepaalde vorm nominatief enkelvoud van kok