knik
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- knik
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | knik | knikken |
| verkleinwoord | knikje | knikjes |
Zelfstandig naamwoord
knik m
- een snelle neerwaartse beweging met het hoofd als bevestiging of groet
- Met een knikje gaf hij het teken de deur in te rammen.
- een geknakte plek
- Er zit een knik in de kabel, waardoor er geen goed elektrisch contact meer is.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| knikken |
knik