keten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Twee mannen in ketenen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ke·ten
enkelvoud meervoud
naamwoord keten ketens
ketenen
verkleinwoord ketentje ketentjes

Zelfstandig naamwoord

keten v/m

  1. een uit losse, vaak metalen, schakels in een enkele rij aaneengeregen voorwerp
    Hij wist zijn ketenen te verbreken en zijn vrijheid te herwinnen.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Zelfstandig naamwoord

keten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord keet

Werkwoord

vervoeging van
ketenen

keten

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ketenen
    Ik keten.
  2. gebiedende wijs van ketenen
    Keten!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ketenen
    Keten je?