kelder
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kel·der
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kelder | kelders |
| verkleinwoord | keldertje | keldertjes |
Zelfstandig naamwoord
kelder m
- een ondergrondse bergruimte
- (scheepvaart) de bodem van de zee
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een ondergrondse bergruimte
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| kelderen |
kelder
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kelderen
- Ik kelder.
- gebiedende wijs van kelderen
- Kelder!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kelderen
- Kelder je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.