kamille
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ka·mil·le
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kamille | kamillen, kamilles |
| verkleinwoord | kamilletje | kamilletjes |
Zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) elk van de planten van het geslacht Matricaria
- Hij is een verzamelaar van kamillen.
- een geneesmiddel dat gemaakt wordt van de gedroogde bloemhoofdjes van de kamille
- Zij wist niet dat kamille ook een geneesmiddel is.