intomen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- in·to·men
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| intomen |
toomde in |
ingetoomd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
intomen
- (overgankelijk) bedwingen, doen matigen van (heftige) emoties
- De bureaucratie had de macht van de bevelhebbers ingetoomd.
- De spreker probeerde het enthousiasme van het publiek wat in te tomen.
Verwante begrippen
- in toom houden