intomen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·to·men
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van toom (teugel) met het voorvoegsel in-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
intomen
toomde in
ingetoomd
zwak -d volledig

Werkwoord

intomen

  1. (overgankelijk) bedwingen, doen matigen van (heftige) emoties
    De bureaucratie had de macht van de bevelhebbers ingetoomd.
    De spreker probeerde het enthousiasme van het publiek wat in te tomen.
Verwante begrippen
  • in toom houden
Vertalingen