inschakelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- in·scha·ke·len
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| inschakelen |
schakelde in |
ingeschakeld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
inschakelen
- (overgankelijk) een toestel in actie stellen
- Hij had de meetapparatuur net ingeschakeld toen de vulkaan heftig vuur begon te spugen.
- (overgankelijk) een persoon of instantie bij een zaak betrekken
- Hij had een privédetective ingeschakeld.