schakelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- scha·ke·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| schakelen /'sxakələ(n)/ |
schakelde /'sxakəldə/ |
geschakeld /ge'sxakəld/ |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
schakelen
- een verbinding tot stand brengen
- Hij schakelde van het eerste naar het tweede net.