inprenten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·pren·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van prenten met het voorvoegsel in-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inprenten
prentte in
ingeprent
zwak -t volledig

Werkwoord

inprenten

  1. diep in het geheugen vastleggen
    Hij had vaders raad goed ingeprent.
Afgeleide begrippen
Vertalingen