huif

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: huik
Valken met huif
Wagen met huif

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • huif
enkelvoud meervoud
naamwoord huif huiven
verkleinwoord huifje huifjes

Zelfstandig naamwoord

huif v/m

  1. (valkerij) kapje dat een valk wordt opgezet om de vogel rustig te houden
    Een huif is vaak een waar kunstwerkje.
  2. een zeildoek over een wagen dat door dunne bogen ondersteund wordt
    We hebben een aanhanger met huif gekocht.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
huiven

huif

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van huiven
    Ik huif.
  2. gebiedende wijs van huiven
    Huif!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van huiven
    Huif je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen