knecht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • knecht
enkelvoud meervoud
naamwoord knecht knechten, knechts
verkleinwoord knechtje knechtjes

Zelfstandig naamwoord

knecht m

  1. iemand die in dienst is van met name een boer
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
knechten

knecht

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knechten
    Ik knecht.
  2. gebiedende wijs van knechten
    Knecht!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knechten
    Knecht je?