hoogwater
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
hoog·wa·ter
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hoogwater | hoogwateren, hoogwaters |
| verkleinwoord | hoogwatertje | hoogwatertjes |
Zelfstandig naamwoord
hoogwater o
- ogenblik dat de vloed op zijn hoogst is
- hoge waterstand in 't algemeen.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.