hoog
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- hoog
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | hoog | hoger | hoogst |
| verbogen | hoge | hogere | hoogste |
Bijvoeglijk naamwoord
hoog
- fysiek ver boven iets anders
- vergevorderd in een rangorde of volgorde
- (geluid) met een groot aantal trillingen per tijdseenheid
- met een groot aanzien
Synoniemen
- (3) schel
- (4) aanzienlijk, voornaam
Antoniemen
- (1, 2, 3, 4) laag
Vertalingen
1, 2, 3, 4
Afrikaans
| stellend | vergrotend | overtreffend |
|---|---|---|
| hoog hoë |
hoër | hoogste |
Bijvoeglijk naamwoord
hoog
- hoog
- «Van 'n hoë dak afval.»
- Van een hoog dak afvallen.
- «Van 'n hoë dak afval.»