holbewoner
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- hol·be·wo·ner
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | holbewoner | holbewoners |
| verkleinwoord | holbewonertje | holbewonertjes |
Zelfstandig naamwoord
holbewoner m
- (biologie) een dier dat in holen leeft
- Konijnen zijn holbewoners.
- een mens die in grotten (of holen) leeft
- Holbewoners komen tegenwoordig praktisch niet meer voor.
- (pejoratief) een dom, bruut persoon
- Wat is hij een ongelofelijke holbewoner.
Synoniemen
- [2], [3] troglodiet
Vertalingen
1. een dier dat in holen leeft
2. een mens die in holen leeft
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.