hol

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hol

Bijvoeglijk naamwoord

stellend vergrotend overtreffend
onverbogen hol holler holst
verbogen holle hollere holste

hol

  1. zonder inhoud, zonder betekenis, leeg.
  2. wat een lege ruimte of voorwerp in zich heeft.
  3. alsof het uit een lege ruimte komt, niet vol van klank.
  4. naar binnen of naar beneden gebogen.
  5. met hoge golfslag.
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1] holle woorden, een holle blik
  • [2] een holle boom
  • [3] holle klanken
  • [4] holle wangen, holle ogen, een holle weg
  • [5] een holle zee
Antoniemen
Vertalingen

Bijwoord

hol

  1. verdiept, concaaf.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
hollen

hol

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hollen
    Ik hol.
  2. gebiedende wijs van hollen
    Hol!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hollen
    Hol je?
enkelvoud meervoud
naamwoord hol holen
verkleinwoord holletje holletjes

Zelfstandig naamwoord

hol o

  1. grot, spelonk.
  2. ondergrondse woning of schuilplaats van een dier.
Verwante begrippen
Vertalingen


Hongaars

Uitspraak

Bijwoord

hol

  1. waar


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • hol
Woordherkomst en -opbouw
  • (Bijvoeglijk naamwoord) afkomstig van het Oudnoorse woord holr.
  • (Zelvstandig naamwoord [A]) afkomstig van de Oudnoorse woord hóll.
  • (Zelvstandig naamwoord [B]) afkomstig van de Oudnoorse woord hól.

Bijvoeglijk naamwoord

hol

  1. hol [1] (zonder inhoud)
  2. hol [2] (binnenin leeg)
  3. hol [3] (klank)
  4. hol [4] (gebogen)
  5. hol [5] (golfslag)
Verbuiging
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1] hole fraser
holle frazen
  • [1] Mye av det han sier, virker holt.
Veel van wat hij zegt, werkt hol.
  • [2] en hol trestamme
een holle boomstam
  • [3] en holle stemme
een holle stem
  • [3] en hol hoste
een holle hoest
  • [4] Veggen var hol.
De muur was hol.
  • [4] Trappetrinnene var slitt hole.
De trapptreden waren versleten en hol.
  • [4] ha hole kinn
holle wangen hebben
  • [4] ha noe i sin hole hånd
iets in de holte van de hand hebben
  • [4] hol sjø
bewogen zee

Zelfstandig naamwoord

[A] hol m

  1. een kleine vlakke hoop
Verbuiging
Synoniemen
  • (op een muur of oppervlak) lav haug

Zelfstandig naamwoord

[B] hol o

  1. gat
  2. (figuurlijk) gebrek
  3. kuil, kom.
  4. een kleine donkere kamer.
    «Hybelen var et trangt hol
    Het hok was een smalle gat.
  5. negorij, achtergeblieven gehucht, gat.
Verbuiging
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1] krype gjennom et hol i gjerdet
door een gat in het hek kruipen
  • [1] slå et hol i muren
een gat in de muur slaan
  • [1] slite hol på strømpene
de gaten in de kousen sluiten
  • [1] rive hol i buksebaken
een gat in de broek rijten
  • [1] ha hol i ørene (for ørepynt)
gaatjes in je oren hebben (for het oorsieraat)
  • [1] spenne inn beltet et hol
de buikriem aanhalen / versoberen
  • [2] ha store hol i kunnskapene
een gebrek aan kennis hebben
  • [3] veien var full av hol
de weg was vol gaten
  • [4] putte en i holet
iemand in een gevangeniscel stoppen
  • [5] et avsidesliggende hol
een achtergeblievene gehucht


Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: hòlhól

Nynorsk

Woordafbreking
  • hol
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord holr.

Bijvoeglijk naamwoord

hol o

  1. hol [1] (zonder inhoud).
  2. hol [2] (binnenin leeg).
  3. hol [3] (klank).
  4. hol [4] (gebogen).
  5. hol [5] (golfslag).
Verbuiging
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1] berre hole frasar
holle frazen
  • [2] ein hol trestomn
een holle boomstam
  • [4] eit holt kinn
een holle wang
  • [4] ei hol hand
een hole hand
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen