troglodiet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trog·lo·diet
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord troglodiet troglodieten
verkleinwoord troglodietje troglodietjes

Zelfstandig naamwoord

troglodiet m

  1. een mens die in grotten (of holen) leeft
    Troglodieten woonden in grotten.
  2. (pejoratief) een dom, bruut persoon
    Wat is hij een ongelofelijke troglodiet.
Synoniemen