troglodiet
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- trog·lo·diet
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid via het Latijnse trōglodyta van het Oudgriekse τρωγλοδύτης.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | troglodiet | troglodieten |
| verkleinwoord | troglodietje | troglodietjes |
Zelfstandig naamwoord
troglodiet m
- een mens die in grotten (of holen) leeft
- Troglodieten woonden in grotten.
- (pejoratief) een dom, bruut persoon
- Wat is hij een ongelofelijke troglodiet.