heide

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hei·de
Woordherkomst en -opbouw
  • (erfwoord) Van Middelnederlands heide, hede, van Oudnederlands *heitha, *hētha, van Germaans *haiþī, *haiþijō.
enkelvoud meervoud
naamwoord heide heides, heiden
verkleinwoord heidetje heidetjes

Zelfstandig naamwoord

heide v/m

  1. een met heidekruid begroeide vlakte
    Zijn huis staat in het midden van een grote heide.
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
heien

heide

  1. enkelvoud verleden tijd van heien
    Ik heide.
    Jij heide.
    Hij, zij, het heide.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen