heerlijkheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • heer·lijk·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord heerlijkheid heerlijkheden
verkleinwoord heerlijkheidje heerlijkheidjes

Zelfstandig naamwoord

heerlijkheid v

  1. adellijk grondbezit
    De Gelderse hertog Reinald II verwierf de heerlijkheid Bredevoort in 1326.
  2. adellijke legereenheid
    Eenigen derzelve waren in het slot tydelyk gehuisvest anderen hadden hunne heerlykheden in de nabyliggende vlakte. [1]
  3. gelukzaligheid in religieuze context
    Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid, amen. [2]
  4. iets bijzonder aangenaams
    Dat je eindelijk dat examen achter de rug hebt is echt een 'heerlijkheid!
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. (Hendrik Conscience, De Leeuw van Vlaenderen (1838), blz. 50.)
  2. (Statenvertaling, Mattheüs 6:13 (1637)).

Meer informatie