grootte

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van groot met het achtervoegsel -te.
Woordafbreking
  • groot·te

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord grootte grootten
groottes
verkleinwoord

grootte v

  1. de mate waarin iets groot is, de afmeting.
    Een meloen ter grootte van een voetbal.
Synoniemen
Gelijkklinkende woorden
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Andere talen