giftand
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- gif·tand
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | giftand | giftanden |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
giftand m
- tand waarmee bij een beet gif in het slachtoffer ingespoten wordt
- Sommige slangen hebben holle giftanden.