giftand

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gif·tand
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord giftand giftanden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

giftand m

  1. tand waarmee bij een beet gif in het slachtoffer ingespoten wordt
    Sommige slangen hebben holle giftanden.
Vertalingen