getuige
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ge·tui·ge
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | getuige | getuigen |
| verkleinwoord | (getuigetje) | (getuigetjes) |
Zelfstandig naamwoord
getuige m
- (juridisch) iemand die een gebeurtenis heeft meegemaak of op andere wijze, veelal onder ede, een verklaring kan geven ten aanzien van de ware toedracht van een zaak
Vertalingen
1. iemand die een gebeurtenis heeft meegemaak of op andere wijze, veelal onder ede, een verklaring kan geven ten aanzien van de ware toedracht van een zaak
Woordherkomst en -opbouw
- De aanvoegende wijs van getuigen.
Voorzetsel
getuige
- kondigt de grondslag aan waarop een uitspraak gedaan wordt
- De Dortherbeek heeft, getuige de sterk slingerende gemeentegrens, in het verleden sterk gemeanderd.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| getuigen |
getuige
- aanvoegende wijs van getuigen