gering

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·ring
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gering geringer geringst
verbogen geringe geringere geringste
partitief gerings geringers -

Bijvoeglijk naamwoord

gering

  1. klein in afmeting of getal
    Bij de geringste gebeurtenis is hij al afgeleid.
Vertalingen


Duits

Bijvoeglijk naamwoord

gering

  1. gering
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen