gemoed

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·moed
enkelvoud meervoud
naamwoord gemoed gemoederen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gemoed o,

  1. inborst, gevoelsleven
    Op je gemoed werken.
    De gemoederen waren weer wat bedaard.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen