gehoorzaam

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·hoor·zaam
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van gehoor (geven) met het achtervoegsel -zaam.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gehoorzaam gehoorzamer gehoorzaamst
verbogen gehoorzame gehoorzamere gehoorzaamste
partitief gehoorzaams gehoorzamers -

Bijvoeglijk naamwoord

gehoorzaam

  1. bereid gehoor te geven aan regels of bevelen
    Dit kind is niet altijd gehoorzaam als het naar bed gestuurd wordt.
Antoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
gehoorzamen

gehoorzaam

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gehoorzamen
    Ik gehoorzaam.
  2. gebiedende wijs van gehoorzamen
    Gehoorzaam!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gehoorzamen
    Gehoorzaam je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen