gehoorzaam
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /χə'ɦo̝ːrzam/
- (Vlaanderen, Brabant): /ɣə'ɦoːrzam/
- (Limburg): /ɣə'hoːrzam/
Woordafbreking
- ge·hoor·zaam
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | gehoorzaam | gehoorzamer | gehoorzaamst |
| verbogen | gehoorzame | gehoorzamere | gehoorzaamste |
| partitief | gehoorzaams | gehoorzamers | - |
Bijvoeglijk naamwoord
gehoorzaam
- bereid gehoor te geven aan regels of bevelen
- Dit kind is niet altijd gehoorzaam als het naar bed gestuurd wordt.
Antoniemen
Vertalingen
1. bereid gehoor te geven aan regels of bevelen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| gehoorzamen |
gehoorzaam
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gehoorzamen
- Ik gehoorzaam.
- gebiedende wijs van gehoorzamen
- Gehoorzaam!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gehoorzamen
- Gehoorzaam je?