garen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- ga·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| garen |
gaarde |
gegaard |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
garen
- (overgankelijk) (voeding) door middel van koken klaar maken voor consumptie, gaar maken
- (ergatief), (voeding) gaar worden
- (verouderd) verzamelen
Afgeleide begrippen
- [3] bijeengaren, vergaren
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | garen | garens |
| verkleinwoord | garentje | garentjes |
Zelfstandig naamwoord
garen o
- draad die wordt gemaakt door het spinnen van vezels
Afgeleide begrippen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Voeding in het Nederlands
- Ergatief werkwoord in het Nederlands
- Verouderd in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands