functioneren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • func·ti·o·ne·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
functioneren
functioneerde
gefunctioneerd
zwak -d volledig

Werkwoord

functioneren

  1. (inergatief) ~ als een bepaalde functie vervullen
    De flux functioneert als een bescherming tegen de zuurstof van de lucht tijdens het solderen.
  2. (inergatief) in staat zijn de gebruikelijke taken te vervullen
    Hij functioneert al een tijdje niet goed sinds hij zijn baan verloor.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl