functioneren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- func·ti·o·ne·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| functioneren |
functioneerde |
gefunctioneerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
functioneren
- (inergatief) ~ als een bepaalde functie vervullen
- De flux functioneert als een bescherming tegen de zuurstof van de lucht tijdens het solderen.
- (inergatief) in staat zijn de gebruikelijke taken te vervullen
- Hij functioneert al een tijdje niet goed sinds hij zijn baan verloor.
Synoniemen
- [1] fungeren